Gemeente Scherpenzeel won de VVG-Inspiratietrofee 2018 (Vereniging van Grondbedrijven) voor de meest inspirerende nota grondbeleid. De beleidsnota zag er mooi en compact uit. De grote opgave van de energietransitie kwam ik echter niet tegen. Is dit voor gemeenten dan nog een blinde vlek?

Het Klimaatakkoord biedt voor grootschalige opwek concrete kaders en doelstellingen. Zo worden initiatieven voornamelijk aan de markt overgelaten. Om de doelstellingen voor 2030 te behalen, moeten alle benodigde vergunningen uiterlijk 1 januari 2025 zijn afgegeven. Regio’s moeten daarbij rekening houden met participatie, mede-eigenaarschap van burgers en bedrijven, én tijdige afstemming met netbeheerders. Heel ambitieus!

In de praktijk zie je dat gemeenten in regioverband aan de slag zijn met de Regionale Energiestrategie (RES). Het gevecht om de ruimte is begonnen. Want waar regio’s al moeite hadden met het vinden van geschikte woon- en werklocaties, worden zij nu geconfronteerd met nog meer locatiekeuzes. Ik zie bestuurders en raadsleden al schrikken van de ruimteclaim voor zonne- en windparken. Ik denk dat overheidsregie met het oog op de ambitieuze doelstellingen onvermijdelijk is. Een actieve grond- en ontwikkelstrategie kan een middel zijn om als overheid meer grip te krijgen op de voortgang van de energietransitie. Vanuit publiek grondeigendom zijn er meer sturingsmogelijkheden dan vanuit particulier eigendom.

Maar ik zie beren op de weg. Wat als particuliere grondeigenaren niet meewerken met ontwikkelaars? Wat als sprake is van marktfalen? Wat als er agressieve grondspeculanten zijn? Wat als een ontwikkelaar door de aansluitingskosten de businesscase niet rond krijgt voor de SDE-subsidieaanvraag (Stimuleringsregeling duurzame energieproductie)?

Deze denkbare scenario’s kunnen de voortgang belemmeren. Als overheden de doelstellingen voor 2030 serieus nemen, is het verstandig om nu al goed na te denken over een passende grond- en ontwikkelstrategie. Er zijn immers instrumenten beschikbaar om gronden op strategische posities in eigendom te krijgen (minnelijke verwerving, voorkeursrecht of onteigening). Vanuit publiek grondeigendom kunnen gemeenten locaties voorbereid naar de markt brengen, gericht op een optimale prijs-kwaliteit binnen het project. Zo kan een gemeente, via een juridische entiteit, een ‘mandje’ optuigen met bestemmingsplan, vergunning en SDE-subsidie, en dat vervolgens via een tender integraal aanbieden op de markt. Zo’n constructie is voor marktpartijen interessant vanwege het beperktere risicoprofiel (‘activerende grond- en ontwikkelstrategie’). Gemeenten kunnen zelfs een stapje verdergaan door vanuit grondeigendom zelf energieprojecten te realiseren en te exploiteren (‘participerende grond- en ontwikkelstrategie’).

Gemeenten als Midden-Drenthe en Twenterand kozen hier onlangs voor. Marktfalen, versnelling van de energietransitie of behoud van de opbrengsten kunnen hierbij argumenten zijn. Ik roep gemeenten op om bij de RES ook meteen na te denken over een passende grond- en ontwikkelstrategie voor gevallen waarin overheidsregie noodzakelijk is. Vanuit de RES komen Vanuit de immers een groot aantal zoekgebieden in kaart die daarna richting onderzoek, inpassing en realisatie gaan. Gemeenten kunnen dan maar beter goed voorbereid zijn. Zij zijn overigens van oudsher zeer bedreven in grondpolitiek. Gebruik daarom die expertise en vertaal dit naar een inspirerende Nota Grondbeleid! Is uw gemeente de winnaar van 2019?

Deze blog schreef Ferdinand voor ROmagazine.