Kijkend naar 2021: Rutte III en de doelstellingen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving

Datum

12 / 2017

Contactpersoon

Daniël van Staveren
Daniël van Staveren
06 10 85 92 74 | mail

Tags

duurzame warmte

Langzaam klaart de mist op en wordt het beeld van de toekomst meer helder. “Eerst het nieuwe regeerakkoord maar eens afwachten”. Die gaan we voorlopig niet meer horen en dat is fijn! Met het regeerakkoord toont het nieuwe kabinet haar klimaatambities. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving krijgt hierin een dominante plek en daar word ik enthousiast van! Ik licht dit kort toe in deze blog. Gemeenten krijgen een prominente rol in de warmtetransitie. Maar er wordt niets gezegd over de impact van deze rol op de gemeentelijke organisatie: hoeveel en welke handen zijn hiervoor nodig? Wat zijn de consequenties voor de gemeentelijke organisatie? Wie gaat op welke manier betalen voor de transitie?

Ambities in het regeerakkoord
Er komt een plan om tot een doelmatige en programmatische aanpak te komen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Eenduidigheid zal veel gemeenten helpen. Een aantal pionieren er al op los en met succes! Daar kunnen we van leren. Bijvoorbeeld de programmatische aanpak in Leiden en de regionale Drechtsteden energiestrategie. Dankzij deze regio-aanpak kunnen ook kleine gemeenten forse stappen maken!

Aardgasvrije nieuwbouw draaien we niet meer om heen. Het lijkt erop dat hiertoe principieel een halt wordt geroepen: de doelstelling is 50.000 aardgasvrije nieuwbouwwoningen per jaar na 2021. Sinds 2014 balanceert het aantal nieuwbouwwoningen in Nederland per jaar rond de 50.000, dus dat is praktisch 100% aardgasvrije nieuwbouw! Let wel, voor de crisis bouwden we 80.000 woningen per jaar, dus we moeten oppassen dat tegen die tijd niet alsnog 1/3e van de nieuwbouw op aardgas gaat.

De ogen zijn ook gericht op de bestaande gebouwde omgeving. Aan het einde van deze Kabinetsperiode moeten 30.000-50.000 woningen per jaar aardgasvrij gemaakt worden, of zodanig energie-efficiënt dat ze op korte termijn van aardgas afkunnen. Dat laatste is nogal vaag; wat is dan energie-efficiënt? Dat hangt af van de alternatieve verwarmingstechniek en daarbij behorende verwarmings-temperatuur en mate van isolatie. Die relatie wordt in het regeerakkoord niet gelegd. Evenmin wordt elektrisch koken genoemd; onmisbaar voor een aardgasvrije gebouwde omgeving.

Consequenties voor gemeenten
Een verdieping op de consequenties van de warmtetransitie voor gemeenten is nodig. 50.000 woningen per jaar, wat betekent dat voor bijvoorbeeld gemeentelijke capaciteit? Een visie is de basis om van kansrijke gebieden naar uitvoer/realisatie te gaan. Dit zien we bijvoorbeeld in Leiden en de regio Drechtsteden. De organisatie om zo’n visie naar uitvoer te brengen is indrukwekkend. Het vergt extra capaciteit en focus: we zien ambtenaren die naast duurzaamheid ook andere dossiers als zorg en mobiliteit trekken. De warmtetransitie alleen al is complex genoeg!

De regierol vraagt ook om ook om een nieuw soort mensen. In die zin biedt de warmtetransitie een kans voor gemeenten om jonge professionals aan te trekken die de regierol van een gemeente wel zien zitten. Zo hoorde ik een jonge medewerker van een omgevingsdienst zijn peilen al richten; “die regierol van de gemeente lijkt mij wel een mooie uitdaging!”.

Daarnaast zijn het langdurige trajecten: hoe graag we ook willen, we zijn in de meeste van deze gebieden nog geen aardgasleidingen aan het opsturen naar de hoogovens. Dit zijn trajecten die makkelijk 5 jaar duren voordat er wijken van het gas af gaan. Er wordt dus langdurig een beroep gedaan op de organisatie.

Nog een reality-check: de kosten. Gaan gemeenten betaalbaarheid faciliteren? Ook al zijn de kosten voor alternatieve verwarmingssystemen niet te generaliseren, er worden genoeg schattingen gemaakt. Het aansluiten op een warmtenet kost tussen de €5.000 – 10.000 per woning, inclusief elektrisch koken, zonder isoleren. Bij een case-study voor een woningcorporatie met veel kansrijke panden dichtbij een warmtenet, zien we dat de investering voor aansluiten rond de €8.000 (inc. BTW) per woning ligt. De vraag is waar de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente ligt. Er wordt onderzocht of een regionaal revolverend fonds oplossingen biedt. Collega’s Jan van der Meer en Anne Janssen pleitten voor een fonds beschikbaar gesteld door het Rijk.

Ook voor de all-electric variant worden verschillende bedragen genoemd, tussen de €60.000 – €90.000 euro. Minimaal €25.000 euro van die bedragen is niet terug te verdienen met de energierekening; de onrendabele top. Dit voorbeeld laat zien hoe de gemeente betaalbaarheid faciliteert met een gevel-lease.

Volgens scenario’s van Ecofys kan grofweg 25% van de Nederlandse woningen door collectieve (rest)warmte worden verwarmd. Ongeveer 60% wordt verwarmd met het all-electric concept.  Vermenigvuldigen we de onrendabele toppen met de 50.000 woningen van het regeerakkoord, dan komen we uit op 750 miljoen euro onrendabel deel per jaar. Dit is exclusief kosten voor energie en infrastructuur. Het nieuwe kabinet wil in de toekomst zelfs groeien naar 200.000 woningen. Dan moet er dus jaarlijks rond de 3 miljard euro worden uitgegeven om gebouwen van het gas af te halen. Om dit in perspectief te zetten: het Rijk geeft jaarlijks 3,2 miljard uit aan subsidiëring van de opwek van duurzame energie met de SDE+ subsidie. Geen onmogelijke bedragen dus. Maar als we aardgasvrij willen zijn in 2050, dan moeten er de juiste middelen voor komen, zowel financieel als de nodige handen.

Simple Share Buttons